aansprakelijkheid verkeer blink letselschade

Aansprakelijkheid bij verkeersongevallen met zwakke verkeersdeelnemers

De meeste zaken die wij behandelen bij Blink Letselschade zien op verkeersongevallen. In die gevallen is het altijd belangrijk om te kijken naar hoe betrokken partijen deelnamen aan het verkeer voor de vaststelling van de aansprakelijkheid. ‘’Zwakke’’ verkeersdeelnemers, zoals fietsers en voetgangers, worden immers beschermd in de Nederlandse wet (ten opzichte van gemotoriseerde verkeersdeelnemers zoals automobilisten en motorrijders). In dit blog leggen we uit wat die bescherming precies inhoudt en hoe een letselschadezaak van een zwakke verkeersdeelnemer precies wordt beoordeeld.

25-08-2025

Bescherming van zwakke verkeersdeelnemers

Zwakke verkeersdeelnemers, zoals fietsers en voetgangers, worden in de wet beschermd. Die bescherming brengt mee dat als zij letsel oplopen door een ongeval waarbij een gemotoriseerde verkeersdeelnemer betrokken is, de eigenaar van het gemotoriseerde voertuig in beginsel aansprakelijk is voor de schade. Het slachtoffer moet wel de betrokkenheid van het betreffende voertuig bij het ongeval kunnen aantonen (bijvoorbeeld met een gezamenlijk ingevuld schadeformulier, getuigenverklaringen en/of een proces-verbaal).

Het voelt voor veel slachtoffers vaak gek, maar in de praktijk kan een gemotoriseerde dus ook aansprakelijk worden gehouden voor schade die is ontstaan door een fout van de zwakke verkeersdeelnemer. Dat is slechts anders indien er sprake is van overmacht.

De gedachte van deze regeling is dat fietsers en voetgangers kwetsbaarder zijn in het verkeer en meer risico lopen op letsel. De wetgever heeft deze kwetsbare groep dus extra willen beschermen. Bovendien geldt er een verzekeringsplicht voor motorvoertuigen, waardoor de zwakke verkeersdeelnemer zich doorgaans direct kan wenden tot de verzekeraar van het voertuig voor een schadevergoeding.

Overmacht

Deze bescherming gaat niet op indien er sprake is van overmacht. Van overmacht is (slechts) sprake indien de gemotoriseerde verkeersdeelnemer helemaal niets had kunnen doen om het ongeval te voorkomen.

De gemotoriseerde verkeersdeelnemer moet voor een geslaagd beroep op overmacht kunnen bewijzen dat 1) hij/zij foutloos gereden heeft en 2) dat het ongeval uitsluitend te wijten is aan een fout van de andere verkeersdeelnemer en dat die fout zo onwaarschijnlijk was dat de bestuurder daar geen rekening mee kon houden.

De lat voor een beroep op overmacht ligt dus hoog en een beroep op overmacht slaagt in de praktijk zelden. Rechters verlangen immers van verkeersdeelnemers dat zij (in bepaalde mate) rekening houden met onverwachte gedragingen en verkeersfouten van andere verkeersdeelnemers.

100 %-regel

Bij kinderen jonger dan 14 jaar kan een gemotoriseerde zich overigens niet beroepen op overmacht, tenzij aangetoond kan worden dat het kind met opzet of daaraan grenzende roekeloosheid heeft gehandeld. Als dit niet kan worden aangetoond (wat meestal het geval is), dan moet de schade van het kind volledig vergoed worden. Dit is de 100 %-regel.

Spoorboekje

Om het wat overzichtelijker te maken, stelde het Verbond van Verzekeraars het ‘Spoorboekje art. 185 WVW’ op. Daarin staat een stroomschema waarin de stappen worden doorlopen. Die afbeelding wordt toegevoegd aan dit blog.

Contact

Wil je meer weten over dit onderwerp of ben je zelf slachtoffer geworden van een verkeersongeval? Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen voor meer informatie. Stuur een mailtje naar info@blinkletselschade.nl of bel naar 085-07820550.

Schermafbeelding 2025-08-27 073552

Deze tekst werd geschreven door mr. Niki Ogier

Niki Ogier
Deel dit bericht via